Is de Australian Cattledog geschikt voor mij?

 

De aanschaf van een hond is een grote beslissing. Je gaat hiermee voor de komende 12-14 jaar een verantwoordelijkheid aan die je leven behoorlijk op zijn kop zal zetten. Hoewel elke hond in de eerste plaats natuurlijk altijd “hond” is en alle honden dezelfde basisbehoeften hebben (eten – liefst aangepast aan zijn carnivoor zijn – en drinken, een paar keer per dag uitlaten en wandelen, en gezelschap, veel gezelschap, van zijn baas) zijn er bij de ongeveer 400 FCI erkende rassen enorme verschillen in uiterlijk, formaat, maar vooral aan temperament en veeleisendheid.

 

De Australian Cattledog is een werkhondenras dat onder moeilijke omstandigheden “gemaakt” is voor het uitvoeren van een behoorlijk pittige taak: het drijven en in bedwang houden van halfwild rundvee. Het zal duidelijk zijn dat een hond die een dergelijke taak moet uitvoeren, over een gezonde portie intelligentie, moed, doortastendheid, eigen initiatief en zelfstandigheid zal moeten beschikken. Hoewel veruit de meeste Cattledogs in Europa uit showlijnen komen en zij niet meer de uitgesproken veedrijvers van weleer zijn, beschikt de Cattledog nog steeds over de genoemde eigenschappen. Dit maakt hem tot een zeer gedreven allround sporthond, die erg graag wil werken. Maar wel met de kanttekening dat de Cattledog wil werken mét zijn baas en niet vóór zijn baas. Dit maakt dat de Cattledog niet erg geschikt is voor de klassieke hondendressuur (KNPV) en ook in veel andere takken van hondensport kan het “eigen initiatief” van de Cattledog voor puntenaftrek zorgen. De Cattledog is vanwege zijn hoge werkdrift en zijn grote atletische vermogen heel erg geschikt voor het beoefenen van nagenoeg alle hondensporten. Maar wie zeer ambitieus is en in de top van een hondensport wil meedraaien, zal voor nagenoeg elke sport met een ander ras beter af zijn.

 

Wie verliefd is op de Cattledog en hondensport ziet als een leuke manier om met de hond bezig te zijn en om aan de werkbehoefte van het ras te voldoen, zal een leuke sporthond aan de Cattledog hebben. Hierbij moet overigens opgemerkt worden dat de Cattledog weliswaar consequent opgevoed moet worden, maar zeker niet hard aangepakt mag worden. Dit ras geldt als “hard”, maar dat is hij alleen in de omgang met weerbarstig vee of ongenode buitenstaanders. Ook is hij “hard” voor zichzelf en kan hij tegen een stootje. Al betekent dit niet dat hij onkwetsbaar is: hij zal pijn alleen niet snel tonen. In relatie met zijn baas is de Cattledog echter boterzacht. Een harde behandeling kwetst hem enorm en in het uiterste geval zal hij zich in zichzelf terugtrekken en afsluiten voor zijn baas. De Kaleski-broers, die aan de wieg van dit ras stonden, en die zoals gebruikelijk in die tijd, nogal hard met dieren omgingen, wisten dit al en zeiden over de Cattledog: “Don’t beat him too hard or you’ll break his heart.” En zo is het maar net, op een harde behandeling reageert de Cattledog averechts.

 

De Cattledog is, de naam zegt het al, gefokt om te werken met rundvee. De meeste Cattledogs in Europa zijn afkomstig uit showlijnen en veel van deze honden ontbreekt het tegenwoordig aan voldoende talent en instinct om nog echt serieus met vee te kunnen werken. Wie dit ras als werkhond op de boerderij wil inzetten, moet hier terdege rekening mee houden en uitsluitend honden kopen uit ouders die zelf bij vee werken.

 

Hoewel het op zich goed mogelijk en zelfs raadzaam is om een beginnende hond met behulp van schapen te trainen, zijn de rastypische werkeigenschappen van dit ras niet erg bruikbaar bij schapen. De Cattledog is gewoon te hard voor schapen, hij wil daarbij erg dicht (en voor schapen té dicht) op het vee werken en hij is snel geneigd zijn tanden te gebruiken. Wie een werkhond bij schapen zoekt, doet er beter aan een specialistische schaapsherder (Border Collie of Working Kelpie) te kopen. We zien tegenwoordig ook nogal eens dat mensen hun Cattledog gebruiken bij het van en op stal zetten van paarden. Dit is absoluut af te raden! Paarden zijn om diverse redenen ongeschikt om te drijven en het drijven van paarden met honden kan levensgevaarlijke situaties (voor zowel hond als paard en zelfs handler) opleveren. Dat er in de honderden jaren van kynologie en onder de vele honderden hondenrassen nog nooit één ras is ontwikkeld dat specifiek voor dit doel gebruikt wordt, zegt op zich al genoeg!

 

De Cattledog heeft een aantal uitgesproken rastypische eigenschappen waar vandaag de dag door heel wat aspirant kopers aan voorbij wordt gegaan en die voor de nodige problemen kunnen zorgen:

 

De Cattledog hecht zich zeer sterk aan zijn baas en voor veel Cattledogs houdt hun leven op, op het moment dat de baas de deur uitgaat. Vooral reuen richten zich vaak volledig op hun baas en wanneer de baas voor kortere of langere tijd weg is (de meeste mensen zullen toch moeten werken voor de kost), zal de Cattledog zijn tijd doorbrengen met wachten, wachten, wachten. Nu geldt voor elke hond dat elke scheiding van zijn baas onaangenaam is, maar voor een ras als de Cattledog geldt dit in het bijzonder. Wie een hond ziet als hobby of als gezellige, levende aankleding van het huis, en niet als volwaardige partner waarmee rekening gehouden wordt, zou daarom beter niet aan dit ras kunnen beginnen. Het is op zich goed mogelijk om het houden van een Cattledog te combineren met een baan, maar daarbuiten moet dan wel de meeste vrije tijd met de hond worden doorgebracht. Wie fulltime werkt en zich daarnaast nog wil bezighouden met andere hobby’s zoals sporten en uitgaan, zou liever helemaal niet aan een hond moeten beginnen, maar zeker niet aan een Cattledog.

 

Het feit dat de Cattledog zich zeer sterk hecht aan zijn baas en het liefste altijd bij zijn baas in de buurt wil zijn, maakt dit ras ook ongeschikt om in een kennel te houden.

 

Hoewel de Cattledog zijn veedrijfkwaliteiten in veel gevallen grotendeels kwijt is, is de werkdrift nog steeds volledig aanwezig. De Cattledog heeft er behoefte aan om samen met de baas te “werken” en hij heeft een eigen taak nodig in het leven om gelukkig te zijn. Verschillende hondensporten zijn een prima manier om een Cattledog deze taak te geven, en ook het spelen van zoekspelletjes of het regelmatig nieuwe trucjes (opzitten en pootjes geven) leren zijn goede bezigheden voor de Cattledog.
Het is wel zaak dat de hersenen hierbij op de proef worden gesteld. Alleen lopen en rennen (dus wandelen, mee draven met een joggende, fietsende of paardrijdende baas) is geen bezigheid waar de Cattledog voldoende voldoening uit kan halen. Hij zal dat soort uitjes zeer zeker op prijs stellen, maar hij ziet ze niet als “werk” en aan zijn behoefte aan een echte taak zal op die manier dus niet worden voldaan. En het mag dus duidelijk zijn dat het “oppassen op het huis” tijdens de afwezigheid van de baas al helemaal niet als passende taak gezien kan worden waar de Cattledog voldoening uit haalt.

 

De Cattledog kan een behoorlijk dominante hond zijn die grote waarde hecht aan zijn “persoonlijke ruimte”. De Cattledog stelt het niet op prijs wanneer andere honden over zijn persoonlijke grenzen heengaan en wanneer dit gebeurt, kan de Cattledog zich als een behoorlijk pittige vechtersbaas ontpoppen.
Het is zeker niet zo dat Cattledogs asociaal zijn, maar ze hebben vaak wel een spreekwoordelijk “kort lontje” en met deze eigenschap zal de eigenaar van een Cattledog terdege rekening moeten houden. Wandelen met een Cattledog is daardoor soms een wat minder ontspannen aangelegenheid dan met sommige andere rassen.
Als eigenaar van een Cattledog heb je ogen in je achterhoofd nodig, en zal je, meer dan met veel andere rassen, je omgeving tijdens wandelingen in de gaten moeten houden om conflicten met opdringerige honden voor te zijn.

 

Cattledogs zijn er doorgaans wel goed in om zich te voegen in “gelegenheidsroedels” en wandelingen samen met andere eigenaren en honden (of uitjes met een hondenuitlaatcentrale), gaan doorgaans prima. Maar vreemde, passerende honden moeten het niet in hun hoofd halen om zich bij dit gelegenheidsroedel aan te sluiten: zij zullen zonder pardon door de Cattledog(s) verjaagd worden.

 

De Cattledog is van nature terughoudend, waaks en beschermend en deze eigenschappen maken hem niet ideaal als gezinshond. De ideale gezinshond voldoet aan de volgende voorwaarden:
1. Heeft niet de neiging om achter snel bewegende voorwerpen (rennende kinderen bijv.) aan te rennen en deze te “drijven” of tot stilstand te brengen.
2. Is niet uitgesproken verdedigend en heeft er geen moeite mee om buitenstaanders binnen zijn territorium toe te laten,
3. Is open en “actief sociaal” en van het kaliber “hoe meer zielen, hoe meer vreugd”,
4. Is geen uitgesproken eenmanshond, maar hecht zich aan alle leden van het gezin en neemt ook probleemloos commando’s aan van ieder gezinslid en zelfs van mensen buiten het gezin die zo af en toe een oppasfunctie in het gezin vervullen (dus van de buurvrouw, de babysit of de huishoudelijke hulp).

 

De Cattledog voldoet aan geen van deze vier voorwaarden (dit geldt globaal voor alle Herders- en Terriërrassen) en wie een jong gezin en een huishouden volgens “de zoete inval” heeft, doet er beter aan geen Cattledog aan te schaffen. Het is uiteraard niet onmogelijk om een Cattledog te combineren met kinderen en veel Cattledogs zijn uitgesproken kindervrienden. Maar verlies dan nooit uit het oog dat de Cattledog vaak zeer beschermend kan optreden, gedrag dat in het volle Nederland niet bepaald passend is.

 

Wie voldoende tijd met zijn hond wil doorbrengen, zijn hond voldoende bezigheden wil en kan geven en wie rekening houdt met het uigesproken pittige temperament van de Cattledog, en hiermee om kan gaan, heeft een wereldhond aan de Cattledog!

 

Bron: http://www.australiancattledog.eu/forum/